Deel 4: overige relevante pensioenzaken voor de werknemer

In de vorige drie delen schreef ik over de pensioenrechtelijke gevolgen die Corona heeft voor zowel werkgever als werknemer. In het eerste deel is ingegaan op de noodzaak en mogelijkheden voor de werkgever om tot wijziging van de pensioenregeling over te gaan. Vervolgens is in het tweede deel ingegaan op de positie van de werkgever, indien sprake is van een verplichte gestelde pensioenregeling. Het derde deel behandelde de pensioenrechtelijke gevolgen die een ontslag, al dan niet als gevolg van Corona, voor een werknemer heeft.

Aanvullende voorzieningen

Ik eindigde het laatste artikel met de opmerking dat een werknemer in beeld moet (laten) brengen wat de impact is van het ontslag voor de pensioenopbouw. De werknemer moet daarnaast bepalen of het noodzakelijk is om hiervoor aanvullende andere voorzieningen te treffen. Dit geldt niet alleen voor de situatie bij pensionering, maar zeker ook bij overlijden en arbeidsongeschiktheid. Deze voorzieningen worden immers vaak op risicobasis verzekerd, met als gevolg dat de dekking wegvalt bij een ontslag en daarmee dus ook de uitkering.

Het in beeld brengen van de impact van het ontslag op het pensioen is niet alleen van belang op het moment van ontslag. Dit is ook van belang op het moment dat sprake is van een nieuw dienstverband. Immers, dan speelt ook de vraag of bij dit nieuwe dienstverband sprake is van een pensioenregeling en wat de inhoud hiervan is. Dit moet vergeleken worden met het pensioen dat voor het ontslag werd opgebouwd, wederom bij pensionering, overlijden en arbeidsongeschiktheid. Bij een tekort moet vervolgens wederom de keuze gemaakt worden of aanvullende voorzieningen wenselijk danwel noodzakelijk zijn.

Waardeoverdracht

Daarnaast moet de werknemer bij een nieuwe dienstbetrekking nadenken over de wenselijkheid van waardeoverdracht van het pensioen, zoals opgebouwd bij het vorige dienstverband, naar de pensioenregeling van de nieuwe werkgever. De werknemer heeft namelijk een wettelijk recht om hiervoor te kiezen. Het grote voordeel van een waardeoverdracht is dat het pensioen bij één uitvoerder is ondergebracht. Dat is overzichtelijk en makkelijk.

Dit maakt echter niet dat het voor iedere werknemer raadzaam is om te kiezen voor een waardeoverdracht. Of hiervan sprake is, hangt met name af van de inhoud van de vorige pensioenregeling en van de nieuwe pensioenregeling. Kende de oude pensioenregeling gegarandeerde aanspraken (eindloon of middelloon) en is de nieuwe regeling een beschikbare premieregeling, dan moet de werknemer zich bewust zijn van het beleggingsrisico dat in de nieuwe regeling gelopen gaat worden. Echter, ook als het soort pensioenregeling in de oude situatie gelijk is aan de nieuwe situatie, moet een keuze gemaakt worden. Zo kan bij een middelloonregeling de eventuele indexatietoezegging van belang zijn en bij een beschikbare premieregeling de samenstelling en rendementen van de beleggingsfondsen waarin belegd wordt. Kortom, de werknemer moet zich bewust zijn van de gevolgen van een eventuele waardeoverdracht voordat hierover een keuze gemaakt kan worden.

Rol werkgever

Daarin ligt ook een rol voor de werkgever. Immers, de werkgever moet de werknemer wijzen op het recht op waardeoverdracht. Daarnaast kan een waardeoverdracht financiële gevolgen voor de werkgever hebben. Dit is echter geen reden om niet mee te werken aan een waardeoverdracht. Tot slot is het van belang dat als een werkgever een adviseur in de arm neemt om de werknemer over de mogelijkheden van waardeoverdracht te adviseren, is het uiteraard van belang dat deze advisering goed gebeurt. Dit geldt uiteraard ook als de werkgever dit zelf doet, zonder adviseur.

Conclusie

Corona heeft niet alleen de nodige arbeidsrechtelijke gevolgen, maar ook de nodige pensioenrechtelijke gevolgen. In een reeks van artikelen heb ik inzichtelijk gemaakt wat de mogelijkheden van de werkgever zijn, waar een werkgever op moet letten en wat de aandacht van de werknemer vraagt. Uiteraard zijn wij altijd bereid om op deze punten mee te denken met werkgevers en werknemers.

Linda Evers - Gommer & Partners Pensioen Advocaten

Mr. B.F.M. Evers MPLA, Associate Partner Gommer & Partners Pensioen Advocaten

Linda adviseert in de volle breedte over alle thema’s die op pensioengebied spelen, waarbij  zij zich heeft gespecialiseerd in de problematieken rondom de verplichte deelneming aan bedrijfstakpensioenfondsen en in de pensioendiscussies die voortvloeien uit een schending van de zorgplicht.

Gommer & Partners Pensioen Advocaten