Pensioen voor advocaten

Als gevolg van het PensioenAkkoord2022 gaan alle pensioenregelingen in Nederland de komende tijd flink op de schop. De invoering van een flat rate is een grote verandering als sprake is van een middelloonregeling, maar ook als de werkgever al een premieovereenkomst heeft, kunnen de gevolgen voor de werknemers groot zijn. Al eerder schreven we over het wijzigen van pensioenregelingen en waarop je als werkgever moet letten. Het uitgangspunt is individuele instemming van de werknemer, die ook nog eens duidelijk geïnformeerd moet worden, ook over de financiële gevolgen van de wijziging.

Wat is bij dergelijke wijzigingstrajecten de rol van de ondernemingsraad? Sinds 1 oktober 2016 is de rol van de ondernemingsraad (OR) bij het wijzigen van pensioenregelingen nader ingevuld en verduidelijkt. Immers, toen is artikel 27 van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) gewijzigd. De hoofdregels zijn:

  • Inzake het aangaan, wijzigen of intrekken van een pensioenovereenkomst heeft de OR in principe altijd instemmingsrecht;
  • De OR heeft geen instemmingsrecht als sprake is van een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds (artikel 27 lid 3 WOR). De belangen van de werknemers worden geacht al vertegenwoordigd te worden door middel van de zeggenschap in het bestuur van het pensioenfonds;
  • Inzake de uitvoeringsovereenkomst heeft de OR in principe géén instemmingsrecht, tenzij hierin zaken geregeld worden die de pensioenovereenkomst raken. Dat is in ieder geval zo voor de toeslagenregeling en de wijze van vaststelling van de premie.

Als een werkgever voornemens is de pensioenregeling te wijzigen, dan moet het besluit hierover schriftelijk voorgelegd worden aan de OR, inclusief de beweegredenen voor het besluit. De OR moet de werkgever ook weer schriftelijk en met redenen omkleed haar besluit meedelen. De werkgever moet vervolgens de OR weer informeren over het door de werkgever genomen besluit.

Stemt de OR niet in, dan kan de werkgever ook instemming via de kantonrechter vragen. De kantonrechter geeft slechts toestemming als de beslissing van de OR onredelijk is, of als de werkgever zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, -economische of sociale redenen heeft om tot wijziging over te gaan.

Voert de werkgever zonder instemming van de OR (of plaatsvervangende instemming van de kantonrechter) het besluit toch door, dan is dit nietig als de OR hierop schriftelijk een beroep doet binnen een maand nadat de OR is geïnformeerd over het besluit van de werkgever, of bij het achterwege blijven daarvan nadat de OR is gebleken van het doorvoeren van het besluit door de werkgever.

Dit betekent dat je als werkgever in principe de OR nodig hebt om tot het wijzigen van de pensioenregeling in lijn met het PensioenAkkoord2022 over te kunnen gaan. Pas nadat de OR heeft ingestemd, kan de regeling gewijzigd worden. Maar let op, de instemming van de OR neemt de individuele instemmingsbevoegdheid van de werknemer niet weg. Wel heeft de instemming van de OR in de praktijk meestal twee gevolgen.

Allereerst is het gros van de werknemers van mening dat als de OR heeft ingestemd, de wijziging ‘wel goed zal zijn’ en stemt ook individueel in. Een tweede gevolg is, dat als een individuele werknemer het alsnog niet eens is met de wijziging van de pensioenregeling, dat de werkgever kan schermen met de instemming van de OR. Uit jurisprudentie blijkt immers dat het feit of de OR heeft ingestemd met de wijziging van de regeling wordt meegewogen bij het beantwoorden van de vraag of ook de individuele werknemer geacht wordt in te stemmen met de wijziging.

Conclusie

In de komende periode moeten veel werkgevers aan de bak om hun pensioenregeling te wijzigen aan de hand van de nieuwe regels uit het PensioenAkkoord2022. Voor bepaalde groepen van werknemers zal dit een verslechtering met zich meebrengen. Het is dan ook van belang om een goed communicatie- en wijzigingstraject met de OR te doorlopen. Is de OR akkoord, dan verstevigt dit de positie van de werkgever ten opzichte van de werknemers en dat is uiteraard wenselijk als werkgever!

Gommmer Partners Pensioen Advcoaten

Mr. B.F.M. Evers MPLA, Associate Partner Gommer & Partners Pensioen Advocaten

Linda adviseert in de volle breedte over alle thema’s die op pensioengebied spelen, waarbij  zij zich heeft gespecialiseerd in de problematieken rondom de verplichte deelneming aan bedrijfstakpensioenfondsen en in de pensioendiscussies die voortvloeien uit een schending van de zorgplicht.

Gommer & Partners Pensioenadvocaten